irma
driessen
kijkt en schrijft

elke dag een bericht | liefde voor sommige mensen die dingen maken, sommige gemaakte dingen

Amora

© Phile Deprez – Het Zuidelijk Toneel

Amora toont hoe oorlog iedereen verandert

Leander, de zoon van de generaal, is dood. Zijn lijk is onderweg naar huis. Het tragische nieuws – vooruitgesneld – verpest de vreugde over de aanstaande terugkeer van de mannen. Het volk moet rouwen. Eerst huilen en bidden, dan pas met elkaar naar bed. Zo begint Amora, een voorstelling over oorlog en verlies, en het effect ervan op een gemeenschap.

De gedachten gaan meteen naar 18 april 2008, toen Peter van Uhm, net één dag in functie als Commandant der Strijdkrachten, zijn zoon in Afghanistan verloor. Diep bedroefd en ontroostbaar als vader, standvastig en vastberaden als generaal gaf Van Uhm, in uniform, de schoenen gepoetst, een persconferentie. Ziehier, het centrale conflict van Amora, het noodlot dat Hektor (Paul R. Kooij) treft. Actueel thema, vormgegeven als overtuigend klassiek drama, met een koor van weduwen dat roddelt, klaagt, joelt en commentaar geeft op de gebeurtenissen. Het kent de gevolgen van oorlog maar al te goed. [‘Dat vind ik wel goed aan onze God, hij steelt van de armen en van de rijken,’ relativeert de oudste (komische rol van Nanette Edens).]

Iona (Raymonde de Kuyper), moeder van Leander, wil zo snel mogelijk haar dode zoon zien. Hektor weigert dat. Corvus, p.r.-manager in het leger, lekker glad en temend gespeeld door Michel Sluysmans, wil het conflict sussen. Hoe eerder de generaal en zijn vrouw publiekelijk reageren op de dood van hun zoon des te beter. ‘Het volk wil u zien vechten tegen uw tranen, en dat gevecht zien winnen,’ zo stoomt hij Hektor klaar voor de publieke ceremonie. En tegen Iona: ‘Uw man is vandaag nog generaal, morgen, deze tijd, kan hij weer vader zijn.’ Een interessante strijd, met een lijzige, cynische, boze Iona, wars van elk militair protocol, en Hektor die vergeefs om begrip en medeleven vraagt.

Plot kun je navertellen maar – aiaiai – taalzieke, taaldronken zinnen niet. Schrijver Peer Wittenbols bezingt de gruwelen van de oorlog en de geneugten van de liefde in vieze, vette taal. Zo laat hij de tandeloze weduwen gerust 41 synoniemen opsommen voor ‘pik’ (onmisbaar instrument voor elke soldaat). Bestaande teksten ontsporen (bijvoorbeeld het Onze vader). Er zijn wiegeliedjes en rijmpjes, die de acteurs verleiden tot rijk, afwisselend spel. Favoriet: Stella (Saar Vandenberghe) die als een pseudonaïef kindmeisje in camouflagelingerie onder een jas uitdagend een te flauw rijmend liedje zingt voor haar soldaat. Dat Vlaams. Ook de buitenlokatie werkt bijzonder goed. Acteurs komen op, gaan af, en dolen nog wat rond in de donkere nacht, tussen de bomen van het park.

Amora stelt belangrijke vragen over hoe wij rouwen. En of dat publiek moet. En hoe dat dan moet. Maar meer nog toont Amora – losjes gebaseerd op Lysistrata van Aristofanes – hoe oorlog iedereen verandert, een gemeenschap ontwricht.

Deze recensie verscheen 17 mei 2010 in Trouw.

Comments are closed.