irma
driessen
kijkt en schrijft

elke dag een bericht | liefde voor sommige mensen die dingen maken, sommige gemaakte dingen

wabi-sabi

Jan Fabre kraste ooit met bic balpennen tientallenduizenden lijntjes op een vel papier. De tekening was manshoog. Een vleermuis die op tijd blauw verscheen. Het maakte een enorme indruk op me, al weet ik nog steeds niet precies waarom. De raadselachtige titel met daarin dat vreemde tijd blauw en ook het besef dat het zakelijke blauw van eenvoudige kantoorbalpennen poëtisch gebruikt kan worden.

Vaak gebeurt niets bij een museumbezoek. Hoe komt dat? Waarom lig ik huilend in de hoek als op televisie een door zijn groep verstoten stokstaartje radeloos aan een kaal struikje snuffelt, geen schijn van kans de volgende dag te halen, terwijl ik onaangedaan kijk naar een doormidden gesneden haai op sterk water getiteld The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living?

De natuur lijkt het steeds vaker te winnen. Of is dat een bijverschijnsel van ouder worden? Dat je niet meer van de ene tentoonstelling naar de andere rent, bang om iets te missen, blind voor wat zich thuis voor je raam afspeelt. Het zou de geraniums verklaren.

Kunst doet er bijvoorbeeld nauwelijks toe als het net gesneeuwd heeft of als de sneeuw nog aan het vallen is. Even is alles goed – daar staan, kijken, mensen die het in hun hoofd halen om de sneeuw van auto’s te vegen, waarna diezelfde auto’s de eerste modderige sporen trekken. Sneeuw in een stad is niet lang sneeuw.

Soms zou ik willen dat ik in Japan geboren was omdat ze daar een naam hebben voor iets waaromheen ik cirkel en wat zich moeilijk laat omschrijven: wabi-sabi. Toevallige schoonheid. Tijdelijke schoonheid. Het lijkt in alles het tegendeel van de esthetica waarmee ik ben opgegroeid en die mikt op eeuwigheid, die van roestvrij staal is. Die uitgaat van symmetrie en geometrie, van lijnen die langs linealen getrokken worden, van decoratie die vermeden wordt, van stroomlijn, van functionaliteit, van less is more, van mechanisatie, van automatisering, van een universele vormtaal omdat er dan meer, goedkoper, van verkocht kan worden, van monumentaal, van permanent, van eeuwig of toch wel tot het stuk is, dan moet het weg.

mooi
Bijna twee jaar geleden gaf ik een hoorcollege over het onderwerp mooi en ik schaam me daar nog steeds voor. Nou ja, dat is natuurlijk overdreven, je wordt ervoor betaald om college te geven en dat brengt sowieso een gevoel van schaamte met zich mee – het prostitueren van vermeende kennis, ongeacht het onderwerp, maar toch, studenten verdienen beter. Mooi? Ik had er eenvoudig niet de juiste woorden voor. Justine Henin die een backhand slaat. Een vliegtuig dat opstijgt en waar je toevallig net onder rijdt. Een filmpje van een bloem die versneld bloeit (en sterft). Hoe vertaal je dat naar een vak, naar ontwerpen? Sindsdien achtervolgt dat college me, wat in mijn ogen bewijst dat een woord zich niet eenvoudig laat afschepen of laat vangen.

Dat college begon met een afbeelding van een enorm passagiersschip, een Titanic-achtig schip, dat de vorige eeuw van Engeland naar Amerika voer. Ik wees op de vier schoorstenen die op het schip zaten. Ook zonder dat er rook uitkwam waren die imposant. Wat bleek? Er zat één schoorsteen teveel. De vierde schoorsteen werkte niet, hij zat er om indruk te maken. Form follows function. Mensen een prettig en veilig gevoel geven is ook een functie. Ik had niet de indruk dat ik iets teweeg bracht met mijn voorbeeld. Dat kon ook aan het format hoorcollege liggen, of aan mijn manier van presenteren, of aan de sfeer die de dia uitstraalde: die was zwartwit, er bewoog niets. Ik had toen de laptop moeten dichtklappen, de beamer op standby moeten zetten, de zaal moeten uitlopen en naar huis moeten gaan. Lees Leonard Koren! Lees Jannie Regnerus! Kijk uit het raam!

In plaats daarvan toonde ik een afbeelding van Jackson Pollocks Number 3 en daarna een plaatje van een pizza. Dat is ook een raar fenomeen van een college, waarvan ik nooit had kunnen denken dat ik eraan zou toegeven, onbewust voel je de dwang om alle dia’s die je voorbereid hebt ook te tonen. Dus eerst de Pollock (lelijk!), toen de pizza. De pizza illustreerde dat Pollock niet zomaar wat verf op het doek druipte, maar dat hij net zo bewust componeerde als de pizzamaker die champignons over de pizzabodem verdeelde. De afbeeldingen waren even kleurrijk, gelaagd en complex. Omdat je niet kunt zeggen dat een pizza lelijk is, kun je dat ook niet beweren over Pollocks Number 3. Dat leek me een heldere redenering. Misschien niet een op grond waarvan je tot een sluitende definitie van mooi en lelijk komt, of tot een alomvattende esthetica, maar wel een die korte metten maakt met persoonlijke smaak. Het voorbeeld kwam uit het boek Why a painting is like a pizza, wat ik een leuke provocerende titel vond, al is een painting helemaal niet like a pizza, zo eenvoudig is het niet.

pictogram
Dingen die niet bedoeld zijn om mooi te zijn, maar dat wel zijn – schoonheid tegenkomen op een plek die je niet verwacht, ik geloof dat dat fijne schoonheid is. Misschien valt een museumbezoek daarom vaak tegen. De verwachting is te hoog gespannen. Je wilt schoonheid maar niemand is je dat verschuldigd. Default is er veel lelijks, en het voordeel daarvan is, dat schoonheid dan extra opvalt.

Ik stuitte op het pictogram voor worstelen dat gebruikt is bij de Olympische Spelen in Athene in 2004. De twee worstelaars zijn in een eeuwige worsteling zonder begin en einde verwikkeld, het zijn letterlijk mannen uit één stuk. Je moet er als ontwerper maar opkomen om dat zo te doen, om armen in elkaar over te laten lopen, om twee armen weg te laten, en om genoeg te hebben aan een lijntje voor de weergave van een worstelpakje. Het pictogram is figuratief en abstract tegelijk. Dat switchen tussen de twee vind ik aangenaam. Je herkent de sport en je kijkt naar elegantie, naar een gestalt, naar een totaalbeeld.

~ Het geluid van vallende sneeuw, herinnering aan Japan (Jannie Regnerus)
~ Wabi-Sabi for Artists, Designers, Poets & Philosophers (Leonard Koren)
~ Het schip-met-de-vier-schoorstenen komt uit De vorm zal u toegeworpen worden (Paul Mijksenaar)

Comments are closed.